Java.com

Downloaden Help

Hoe kan ik de systeemvariabele PATH instellen of wijzigen?


Dit artikel is van toepassing op:
  • Platform(s): Solaris SPARC, Solaris x86, Red Hat Linux, SUSE Linux, Windows 8, Windows 7, Vista, Windows XP

MEER TECHNISCHE INFORMATIE

PATH is de systeemvariabele die door uw besturingssysteem wordt gebruikt voor het zoeken van benodigde uitvoerbare bestanden vanaf de opdrachtregel of vanuit een terminalvenster.
De systeemvariabele PATH kan worden ingesteld met het Systeemhulpprogramma in het Configuratiescherm van Windows of in het opstartbestand van uw shell onder Linux en Solaris.

OPLOSSING

waarschuwingspictogramHet is doorgaans niet nodig om de PATH-variabele van het systeem te wijzigen bij computers met Windows of Mac OS X. De onderstaande instructies zijn alleen bedoeld voor gevorderde gebruikers of systeembeheerders.

Pad instellen in Windows
Windows 8
  1. Versleep de muisaanwijzer naar de rechterbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op het zoekpictogram en voer 'Configuratiescherm' in.
  3. Klik op Start \Configuratiescherm \Systeem \Geavanceerd.
  4. Klik op 'Omgevingsvariabelen' en zoek onder 'Systeemvariabelen' de waarde PATH en klik hierop.
  5. Wijzig PATH in de bewerkvensters door de locatie van de klasse toe te voegen aan de waarde voor PATH. Als het item PATH niet voorkomt, kunt u een nieuwe variabele toevoegen met PATH als naam en met de locatie van de klasse als waarde.
  6. Sluit het venster.
  7. Open het opdrachtpromptvenster opnieuw en voer uw Java-code uit.
Windows 7
  1. Selecteer 'Computer' in het startmenu.
  2. Kies Systeemeigenschappen in het contextmenu
  3. Klik op 'Geavanceerde systeeminstellingen' > tab 'Geavanceerd'.
  4. Klik op 'Omgevingsvariabelen' en zoek onder 'Systeemvariabelen' de waarde PATH en klik hierop.
  5. Wijzig PATH in de bewerkvensters door de locatie van de klasse toe te voegen aan de waarde voor PATH. Als het item PATH niet voorkomt, kunt u een nieuwe variabele toevoegen met PATH als naam en met de locatie van de klasse als waarde.
  6. Open het opdrachtpromptvenster opnieuw en voer uw Java-code uit.
Windows XP
  1. Start -> Configuratiescherm -> Systeem -> Geavanceerd
  2. Klik op 'Omgevingsvariabelen' en zoek onder 'Systeemvariabelen' de waarde PATH en klik hierop.
  3. Wijzig PATH in de bewerkvensters door de locatie van de klasse toe te voegen aan de waarde voor PATH. Als het item PATH niet voorkomt, kunt u een nieuwe variabele toevoegen met PATH als naam en met de locatie van de klasse als waarde.
  4. Sluit het venster.
  5. Open het opdrachtpromptvenster opnieuw en voer uw Java-code uit.
Windows Vista
  1. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram 'Deze computer'
  2. Kies 'Eigenschappen' in het contextmenu
  3. Klik op de tab 'Geavanceerd' (koppeling 'Geavanceerde systeeminstellingen' in Vista)
  4. Wijzig PATH in de bewerkvensters door de locatie van de klasse toe te voegen aan de waarde voor PATH. Als het item PATH niet voorkomt, kunt u een nieuwe variabele toevoegen met PATH als naam en met de locatie van de klasse als waarde.
  5. Open het opdrachtpromptvenster opnieuw en voer uw Java-code uit.

Pad instellen in Solaris en Linux
Als u wilt weten of het uitvoerbare bestand voor Java zich in uw PATH bevindt, voert u de volgende opdracht uit:
% java -version

De versie van het uitvoerbare bestand voor Java wordt in dat geval weergegeven, mits deze wordt gevonden. Krijgt u de fout 'java: Command not found' (java: opdracht niet gevonden), dan is het pad niet goed ingesteld.

Als u wilt weten welk uitvoerbaar bestand voor Java het eerste is dat wordt gevonden in uw PATH, voert u de volgende opdracht uit:
% which java

Hieronder volgen de stappen om PATH permanent in te stellen,
Opmerking: deze instructies zijn van toepassing voor de twee populairste shells in Linux en Solaris.
Klik op de onderstaande koppeling als u een andere shell gebruikt.
Zelfstudie voor instellen van pad

Voor bash-shell:
  1. Bewerk het opstartbestand (~/ .bashrc)
  2. Wijzig de PATH-variabele:
    PATH="$PATH":/usr/local/jdk1.6.0/bin
  3. export PATH
  4. Sla het bestand op en sluit het
  5. Open een nieuw terminalvenster.
  6. Controleer of PATH correct is ingesteld
    % java -version

Voor C-shell (csh):
  1. Bewerk het opstartbestand (~/ .cshrc)
  2. Stel het pad in
    set path="$PATH":/usr/local/jdk1.6.0/bin
  3. Sla het bestand op en sluit het
  4. Open een nieuw terminalvenster.
  5. Controleer of PATH correct is ingesteld
    % java -version

Taal kiezen | Info over Java | Ondersteuning | Ontwikkelaars
Privacy | Voorwaarden voor gebruik | Handelsmerken | Afwijzing van aansprakelijkheid

Oracle